Gideonline
Haarlemse vergunningen waardeloos?

Sinds 1 oktober 2010 is het niet meer mogelijk om een bouwvergunning aan te vragen. Vanaf die datum is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden en spreken we van een ‘omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen’. Deze blijken echter in Haarlem bijna allemaal onbevoegd te zijn verleend! Ik licht dit voor u toe.

Als iemand besluit een aanvraag om omgevingsvergunning te doen, voor bijvoorbeeld het bouwen van een dakkapel, dan is het college bevoegd om daar een beslissing op te nemen. U weet wel, het college van Burgemeester en Wethouders, het dagelijks bestuur van onze prachtige stad Haarlem. Iedereen begrijpt dat dit college natuurlijk helemaal geen tijd heeft om zelf op al deze aanvragen te beslissen, dus heeft het de meeste van deze bevoegdheden – zoals in de meeste gemeenten – gemandateerd aan ambtenaren. Deze ondertekenen deze besluiten namens het college.

Op 7 oktober 2010 heb ik in de commissie bestuur naar aanleiding van het op dat moment net nieuw vastgestelde mandateringsbesluit, deze nieuwe wetgeving aan de orde gesteld en verantwoordelijk wethouder Heiliegers gevraagd of deze Wabo-mandaten geregeld waren. Daarop antwoordde hij: 'Het zit erin kan ik u zeggen, en ik zal u dit via een schriftelijk antwoord laten zien’. Op 13 oktober 2010 kwam toen ambtelijk het antwoord dat het NIET geregeld was, maar dat het wel SPOEDIG in het mandateringsbesluit opgenomen zou worden.

Nu blijkt dat dit tot op de dag van vandaag nog steeds niet geregeld is! Ja, u leest het goed. Het is na ruim een jaar nog steeds niet geregeld. Voor de goede orde – of eigenlijk niet – dit houdt dus in dat alle omgevingsvergunningen die na 1 oktober 2010 zijn verleend, onbevoegd zijn verleend en ondertekend.  Wat is die vergunning voor uw dakkapelletje waard?

Nu is het allemaal niet zo spannend als het lijkt. Want met één pennenstreek kan het college het besluit nemen om al die onbevoegd genomen besluiten te bekrachtigen en is daarmee de kous af. De vraag is, waarom dit ruim een jaar moet duren. Belangrijker nog (want onze hard werkende ambtenaren zijn daar niet verantwoordelijk voor) waarom heeft het college zijn verantwoordelijkheid niet genomen om dit op een fatsoenlijke manier te regelen? Is het college echt bezig met die kwaliteitsslag in de bedrijfsvoering die het zegt te maken? Vragen die verantwoordelijk wethouder Heiliegers mag beantwoorden.